Hoofdtekst
Mon Vandekerckhove sliep in de peerdestol bie den boer. Ip ne keer stoend er een vromins an de hoolve deure. ’s Nuchtends oet ne wilde ipstoan, kost ne niet. Je had er entwodde tegen gezeid, mo ze sprak nie were.
Beschrijving
Een man die bij een boer in de paardenstal sliep, zag op zeker ogenblik een vrouw bij de deur staan. De man sprak tot de vrouw, maar ze antwoordde niet. Toen de man 's ochtends wilde opstaan, kon hij dat niet.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tielt en izegem)
234
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostrozebeke   
