Hoofdtekst
‘k Ha ’n meiske, twee jaar oud. ’t Kwam hier ’n vrouw achter melk, twee liters en half daags en ze betaalde van te voren. Mijn kind was vergruwd van die vrouwe. ’t Kwam zoverre da ’t nie meer ’n wilde eten of drinken. En ’t en sliep nooi meer. ‘k Ginge in ’n ander bedde slapen mee da kind. ’t Sprong zo hoge (50 cm) in heur bedde ip. Den toebaksentrepreneur hier ha ne zeune van zesse-zeven en twintig jaar oud. Die vrouwe anveerde toebak van dien entrepreneur. Der was daar nen onderstand (schuilplaats) ip ’t land, en ze maakte nen valsen toer derachter om te gaan waar da de deê zaten t’eten. Ze pakte diene zeune bij zijn schoers achterweers overe. Veertien dagen latere, ie begoste ronde te klappen (wartaal spreken), en ie ’n was nie stief juste meer. Zijn vader ging uit miserie naar de kaartelegster hier te Wervik. Ie begaarde (gebaarde) van niet, maar ze zei: "G’hè gij ne jongen die nie meer juste es. Ie hè gevrijd mee ’n meiske en ’t was ulder gedacht nie. G’hadt hem beter laten trouwen. Ie ’n ga nooi meer juste zijn. Maar ga naar de paters. Ie kan verbeteren of verslechten." Ie hè geweest en ie es nog verslecht. Ip nen dag, ie zegt tegen mij: "Joun kind ’n doet ’t niet, hé? Zou je g’loven dat er daar ook kwaad an es? Gaat ook ne keer." ‘k Was bezig mee dessen. ‘k Late olles staan en ‘k zegge tegen mijn wuuf: "’k Ga ne keer neer Komen." En ik, in schuim en zweet, naar Komen naar de kaartelegster. "Ha", zegt ze, "g’hèt gij ’n kind da ziek es. ’t En hè maar veertien dagen meer te leven." "’t En es daar nie van" (daar is niets van waar), zegge ‘k ik. "Doe gij ol da ‘k ik joun zegge", zeg ze, "ga ne keer naar Ieper." Ikke naar huis. Naar Ieper mee da kind. Z’hên daar gewijd meegegeven; negen dagen gedaan. Maar da’n helpte nie. Ik nog ne keer were naar Ieper. "Ge’n meugt daar nie an geloven," zeien ze, "maar ‘k gaan pater Joachim naar joen huis zenden." ’s Anderdags ’s nuchtens, ze komt achter melk. "Tiens, ‘k hè mijn geld vergeten", zeg ze, "’k gaan ’t ne naaste keer betalen." Ze ga deure. Rond ten tienen de pater komt. "Toog ne keer de deuren van de stallingen", zegt ie. Ie dujt ’n slunske (vodje) mee gewijd an de deure en ie ga vors. ’s Anderdags, die vrouwe ’n kwam nie meer achter melk, en ze ’n hè nooi meer gekomen, en ’t kind hè begunnen eten. Maar iederne keer da ze latere da wuuf zag, ze begoste te beven en te schremen: "’t Is daar ’n tov’resse." En m’en hân ’t heur pertang nooi gezeid. Maar ze gevoelde zij da lijk.
Onderwerp
SINSAG 0542 - Von unsichtbaren Händen aufgenommen   
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een boerin die een tweejarig dochtertje had, kreeg iedere dag bezoek van een vrouw die 2,5 liter melk kwam halen. De vrouw betaalde de melk altijd onmiddellijk. Het kindje van de boerin was bang voor die vrouw en wilde uiteindelijk zelfs niet meer eten, drinken of slapen. Toen de boerin met haar kindje in een ander bed sliep, vloog het kind wel vijftig centimeter omhoog.
Een tabakshandelaar uit het dorp had een zoon van zes- of zevenentwintig jaar. Op een dag had de vrouw die zoon op de schouders geslagen. Twee weken later begon die zoon wartaal uit te kramen, zodat zijn vader naar een kaartlegster in Wervik ging. De kaartlegster sprak tot de man: "Jij hebt een zoon die niet goed meer bij zijn hoofd is. Hij heeft een vriendin gehad, maar dat was niet naar de zin van jou en je vrouw. Jullie hadden hem beter laten trouwen, want nu zal hij waarschijnlijk niet meer genezen. Ga naar de paters. De toestand van de jongen kan verbeteren of verslechteren. De man is naar de paters geweest en de toestand van zijn zoon is nog verslechterd. Op zekere dag ging de tabakshandelaar naar de boer en de boerin wiens kindje ook betoverd was. De man gaf de boer de raad om ook eens naar de kaartlegster te gaan. Van die vrouw kreeg de man het volgende te horen: "Jij hebt een ziek kind dat maar veertien dagen meer zal leven. Ga eens naar Ieper". De boer haastte zich naar huis en ging met zijn kind naar Ieper. Van de paters kreeg de boer iets gewijd dat hij negen dagen moest gebruiken. Omdat dat niet had geholpen, ging de boer opnieuw naar Ieper. Deze keer sprak de pater: "In zulke dingen mag je niet geloven. Ik zal een andere pater naar je huis sturen". Toen de buurvrouw de volgende ochtend melk kwam halen, zei ze: "Ik ben mijn geld vergeten, ik zal het de volgende keer betalen". Omstreeks tien uur kwam de pater langs. De geestelijke gaf de boer de raad om de deuren van de stallen open te zetten en hij hing een gewijd doekje aan de deur. De volgende dag kwam de vrouw geen melk meer halen. Ze is daarna nooit meer geweest. Een tijdje later begon het kind opnieuw te eten. Wanneer het meisje was opgegroeid, begon ze altijd te beven en de huilen wanneer ze die vrouw zag. Ze riep dan: "Er is daar een toveres!" Men had het meisje nochtans nooit verteld wat er in haar kindertijd was gebeurd.
Een tabakshandelaar uit het dorp had een zoon van zes- of zevenentwintig jaar. Op een dag had de vrouw die zoon op de schouders geslagen. Twee weken later begon die zoon wartaal uit te kramen, zodat zijn vader naar een kaartlegster in Wervik ging. De kaartlegster sprak tot de man: "Jij hebt een zoon die niet goed meer bij zijn hoofd is. Hij heeft een vriendin gehad, maar dat was niet naar de zin van jou en je vrouw. Jullie hadden hem beter laten trouwen, want nu zal hij waarschijnlijk niet meer genezen. Ga naar de paters. De toestand van de jongen kan verbeteren of verslechteren. De man is naar de paters geweest en de toestand van zijn zoon is nog verslechterd. Op zekere dag ging de tabakshandelaar naar de boer en de boerin wiens kindje ook betoverd was. De man gaf de boer de raad om ook eens naar de kaartlegster te gaan. Van die vrouw kreeg de man het volgende te horen: "Jij hebt een ziek kind dat maar veertien dagen meer zal leven. Ga eens naar Ieper". De boer haastte zich naar huis en ging met zijn kind naar Ieper. Van de paters kreeg de boer iets gewijd dat hij negen dagen moest gebruiken. Omdat dat niet had geholpen, ging de boer opnieuw naar Ieper. Deze keer sprak de pater: "In zulke dingen mag je niet geloven. Ik zal een andere pater naar je huis sturen". Toen de buurvrouw de volgende ochtend melk kwam halen, zei ze: "Ik ben mijn geld vergeten, ik zal het de volgende keer betalen". Omstreeks tien uur kwam de pater langs. De geestelijke gaf de boer de raad om de deuren van de stallen open te zetten en hij hing een gewijd doekje aan de deur. De volgende dag kwam de vrouw geen melk meer halen. Ze is daarna nooit meer geweest. Een tijdje later begon het kind opnieuw te eten. Wanneer het meisje was opgegroeid, begon ze altijd te beven en de huilen wanneer ze die vrouw zag. Ze riep dan: "Er is daar een toveres!" Men had het meisje nochtans nooit verteld wat er in haar kindertijd was gebeurd.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (menen en omstreken)
221
memoraat
Naam Overig in Tekst
paters van Ieper   
Ieper (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Wervik   
Plaats van Handelen
Wervik   
Ieper   
Komen   
