Hoofdtekst
En we hadden dat op ene die nu en dan ne keer op ’t hof kwam. En op ne zekere keer hé, de die waar dat we dat op hadden – we hadden ook bij de paters geweest hé – en binst de negen dagen komt ze mee een kanneken melk en mere en willegen dat niet aanpakken, maar ze liet haar percies hoe dat ze ’t ging laten vallen en van verbouwereerdheid paktegen ze ’t toch: “Aai! Wat heb ik nu toch gedaan”, zei ons mere tegen ons vrouwvolk. “Giet het in de koolbak en we zullen ’t verbrannen” zeien ze. Dat in de kookbak gegoten en dat verbrand. En ’s avonds die asse daarvan buiten op straat gedregen. En ’s anderdaags was dat hele gans azo een grote ronde, gelijk dat ze dat opengedanst hadden; en alle soorten van poten en klauwen stonden erin, dat alle mensen die hier passeerdegen vroegen: “Wat is er hier gebeurd?” En hadden we ’t gebezigd, we hadden ’t nog zitten g’had.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Op een boerderij geloofde men dat een vrouw uit de buurt hen kwaad deed. De mensen gingen dan ook naar de paters. Een tijdje later kwam die buurvrouw een kannetje melk brengen. Tegen beter weten in aanvaardde de boerin de melk. Later kreeg ze echter spijt en goot de melk in de kachel. De as goot ze op straat. De volgende dag zag men in de as allemaal afdrukken van poten met klauwen, zodat de mensen geschokt vroegen: “Wat is hier gebeurd?”
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
440
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Aspelare   
