Hoofdtekst
Beschrijving
Op een boerderij hoorde men iedere nacht om twaalf uur lawaai in de koeienstal. Iedere ochtend waren de koeien losgemaakt. Toen de boer op een nacht de wacht hield, hoorde hij een hels lawaai. De boer geloofde dat het de kwade hand was en ging naar de paters, die de stal kwamen overlezen. Daarna kwam er een einde aan de toverij.
Bron
G. Goyvaerts, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
brabants (tussen leuven, mechelen en brussel)
244
Overgrootouders van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sterrebeek   
