Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HSCHO0309_0310_11036

Een sage (mondeling), 1995-08-7 1995-08-7 (foutieve datum)

Hoofdtekst

16 Dat (= zijn oom, Arnold Lenaerts) was een oude mens. Als hij nog leefde, dan was hij nu honderdvijftig jaar. Maar ik heb hem gekend nog als jonge gast; hij was drieëntachtig toen hij stierf en ik was zeventien, achttien jaar. Maar ik ging nooit uit en hij (kwam) alle avonden vertellen voor de gezelligheid. D’r was geen televisie of geen radio of niks natuurlijk en hij vertelde altijd. En die zaken heb ik altijd blijven onthouden. Dat zijn twee zaken wat ik nog niet … Zijt ge aan het oppakken nu?I Jaja. Wat ik niet nodig heb laat ik altijd weg.16 Ah. ‘Geizegèngske’ dat is…I Dat ken ik niet.16 Waar nu die straat is tegenover het winkeltje. Weet ge het winkeltje hier in Meer? Aan de kapel daar wat hoger, daar is een straat (= Sint-Antoniusstraat). Die straat is daarna gemaakt, maar vroeger was dat maar een voetpadje wat in het veld uitkwam. En daar ook was alle avonden zo’n … wezen, een levend wezen wat zich toonde. Wat op de ‘läöi’ afkwam, maar de ‘läöi’ niks deed. Het bezag de ‘läöi’ eens en ging dan terug daarin. De ‘läöi’ die de straat op en af gingen.

Beschrijving

In de Sint-Antoniusstraat in Meer liep vroeger een vreemd wezen rond, dat naar de mensen toe liep en even later weer verdween.

Bron

H. Schoefs, Leuven, 1996

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
limburgs (groot-riemst)
16S 310
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Val-Meer    Val-Meer   

Plaats van Handelen

Sint-Antoniusstraat (Meer)    Sint-Antoniusstraat (Meer)   

Meer    Meer