Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MKEST0071_0071_30086

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Mijn vader was in de zandput verongelukt geweest en 6 maand lag hij op zijn bed. Hij had beloofd naar Kiezer te voet te gaan als hij geneesde. Ik was thuis een jaar of elf. Op nen dag zetten we ons te 5 ½ ’s morgens op baan. Vader zei dat we altijd rechts moesten inslaan. Zo we marcheren, marcheren en als het al 11 van de voornoenen was stonden we nog maar op den Bruul. Mee duizenden keren had vader naar Kiezer geweest, maar hij kost hem niet herkennen. We komen daar Lokoef met zijn enen arm tegen. “Kijk”, zegt hij, “wat doet gij hier?” Mee tegen diene mens te klappen werd vader gewaar dat hij voor de grote kerk stond. Ten tweeën zijn we dan te Kiezer toegekomen.

Beschrijving

Een man die na een ongeluk al zes maanden in zijn bed lag, beloofde dat hij te voet naar Kerselare zou gaan als hij zou genezen. Op zekere dag vertrok de man met zijn gezin om half zes ’s morgens op bedevaart. Het gezelschap raakte echter verdwaald en stond om elf uur nog maar op de Bruul. Ze vroegen aan iemand de weg en kwamen pas om twee uur ’s middags in Kerselare.

Bron

M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
107
Omstreeks 1910
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Ronse    Ronse   

Plaats van Handelen

Kerselare    Kerselare   

Bruul    Bruul