Hoofdtekst
‘k en nog hoord dan de gendarmes in de roete van de 12 apostelen passeerden en da Wanne Kangs zei: je moe schrikkelijk oppassen en ze vieln. Pèrd en vint in de gracht.
Beschrijving
Een man die met de paardenkar op de weg van de twaalf apostelen reed, kwam een vrouw tegen die zei: "Je moet heel erg opletten". Wat verderop viel het paard en de voerman in de gracht.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (bachten de kupe)
309
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtem   
Plaats van Handelen
weg van de twaalf apostelen (Houtem)   
