Hoofdtekst
’t Was hier ‘ne keer ’n hof en op ‘nen dag, ’t zat vol ratten in huis, wel honderd: ze zaten overal onder en tussen.En ze gingen zere achter Peetje Bouckaert en hij kwam. En hij pakte ’n grote mande en hij zette ze in ’t midden van ’t huis en hij haalde ‘nen groten boek uit en begoste te lezen dat hij zweette. En hoe meer dat hij las, hoe meer ratten dat er uit kwamen en ze liepen allemale in die mande; ’t was ’n grote mande zulle! ’t Is raar hé, hij betoverde lijk die ratten, ze waren lijk allemale in die mande gedreven. En als Bouckaert gedaan had met lezen in zijnen boek – hij zweette lijk ’n peerd – was-t-er geen één ratte meer te zien! En ze hebben nooit geen ratten meer gehad. ’t Is raar hé!
Onderwerp
SINSAG 0689 - Der Rattenfänger   
Beschrijving
Op een boerderij in Waregem zaten wel honderd ratten. Een tovenaar zette een grote mand in het midden van het huis en begon te lezen in een groot boek, tot hij hevig begon te zweten. Hoe meer de tovenaar las, hoe meer ratten tevoorschijn kwamen en in de mand kropen. Toen de tovenaar klaar was met lezen, was de boer verlost van de ratten.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
445
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Waregem   
Plaats van Handelen
Waregem   
