Hoofdtekst
De barende vrouw dat heb ik gezien: we waren bezig mee den desmeulen (dorsmachine) boven onze mies (weide). En al mee ne keer komt de barende vrouw op, en de zakken vliegen in d’hoogte; en ’t is wel dat er aan Jef zijn karre een koppel serieuze paarden waren hé, anders was hij ze kwijt; en ne zak vloog tot al den anderen kant van de steenweg en dan kwam hij weer bij ons. En we stonden wat van de grouwel (bangheid). Maar azo iet hebben we van leven niet gezien. En weete wat ’t voorgevoel is van de barende vrouw? Dat is regen.
Beschrijving
Toen men in een weide met de dorsmolen aan het werk was, zag men de barende vrouw aankomen, die de zakken hoog in de lucht deed vliegen. De zak vloog tot aan de andere kant van de steenweg. Als men de barende vrouw zag, dan kon men regen verwachten.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (denderstreek)
95
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Barende Vrouw   
Naam Locatie in Tekst
Appelterre-Eichem   
