Hoofdtekst
Mijn zuster zaliger die is gestorven toen ze 17 was en dat was van de kwade hand. Op ne keer kwam ze buiten in de schemering van den avond en ze zet zich op 't trappeke in 't licht van 't café dat buiten schijnt. En ineens komt Jefke Stront met zijnen kop in 't licht en is direkt terug weg. Zij verschoot en is beginnen te treuren. Drie doktoors hebben eraan gezeten, en er was niets aan te doen. Dan ben ik naar Luik geweest, naar een zekere Marie Bisschop, ze woonde in Tilleur en ik ben er op den tast heen gegaan, want ik kende niet veel Frans. Ze moest een potteke water scheppen van den bornput, ervan drinken en dan moest ik beginnen te vragen. Maar ze vertelde zelf alles. We moesten van alles doen en ze zei dat het lang zou duren, maar de negende dag zou hij 's avonds binnenkomen om een borrel. En ik hoorde hem binnenkomen en ik sprong naar beneden, maar op dien tijd had hij zijn borrel al uitgedronken en was weg. Zo rap als de weerlicht was het gebeurd, nen andere mens zou er den tijd niet voor gehad hebben.Op ne keer wilde hij eens brood brengen bij ons en ik zei: 'Kom binnen', maar hij kwam niet. En ik wist dat, want ondertussen was ik terug bij die vrouw geweest en die had gezegd: 'Hij zal nooit binnen kunnen bij u, want er steekt een gewijde kaars onder den dorpel.'
Beschrijving
Een meisje stierf op zeventienjarige leeftijd door toedoen van de kwade hand. Op een dag zat het meisje in de avondschemering buiten op de trappen van een café. Plots stond een man met zijn hoofd in het licht. De man verdween daarna onmiddellijk, maar het meisje was geschrokken en is beginnen treuren. Drie dokters kwamen bij het meisje, maar tevergeefs. De broer van het meisje is dan naar Luik geweest, waar men zei dat het meisje een potje water uit de put moest scheppen en ervan moest drinken. In Luik voorspelde men dat het lang zou duren, maar dat de schuldige op de negende dag zou binnenkomen om een borrel te vragen. Zo gebeurde het ook, maar de man verdween daarna razendsnel opnieuw. Een andere dag wilde de man een brood komen brengen, maar hij geraakte niet binnen. De vrouw uit Luik had namelijk gezegd: "Hij zal nooit meer kunnen binnenkomen, want in je huis steekt een gewijde kaars onder de drempel".
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (rupelstreek en omgeving)
267
Zus van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blaasveld   
Plaats van Handelen
Luik   
