Hoofdtekst
I -En van de maar, weet ge daar iets van?II -Van de mare gereên, dan ze zeiden.10 -Ah, wel ja, dat heb ik genoeg gehoord, maar ik weet niet de inhoud daaraf, hoe was dat?I -Ah, maar de maar dat was een heks die zo op u kroop ‘s nachts en die u trachtte te versmachten.II -Als ge in uw bed ligt dat ge zo precies peinst dat er iemand op u springt.10 -Ah ja.I -Dat was meestal een stilstand van uw bloed omdat ge teveel gegeten had of ...10 N -Ja, ja. Maar dat zeiden ze als er een was azo hé die zo onbewust iet uitstookt of iet hé of hij wist van niet of iet, ah hij is van de maone (maan) bereên zeiden ze. I -Van de maan?II -Van de maone.10 -Ja, van de maone, hij is van de maone bereên zeiden ze.II -Een die niet goed wijs en was azo?10 -Wel ja, zo, die ‘t wist, maar die het zo zou willen draaien hebben op een onschuldige, dat is een die van de maone bereên is zeiden ze, dat is een die het zelf gedaan heeft en hij weet het niet. Allez, zo op die manier. Anders en weet ik zo niet.
Beschrijving
Over mensen die iets hadden uitgestoken en dat achteraf ontkenden, zei men dat ze door de maan waren bereden.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
10N
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Leeuwergem   
