Hoofdtekst
Beschrijving
Vrijmetselaars waren mensen die met de duivel omgingen en die bijeenkomsten hielden in zalen. In Heikruis waren vroeger veel rijke boeren en welstellende heren die bij de vrijmetselaars waren. Op een dag betaalde een vrijmetselaar een landloper om een pater die ter gelegenheid van de missie in het dorp was, van antwoord te dienen. Toen dat gebeurde, ging de pater op zijn knieën zitten en begon te bidden. Na afloop van de preek wilden de mensen de landloper afranselen. De landloper bleef zitten alsof hij aan de grond was genageld. Daarop sprak de pater tot de mensen: "Ga allemaal naar huis. De landloper is niet de schuldige, maar de persoon die hem geld heeft gegeven om die dingen te zeggen".
De pater sprak tot de landloper: "Sta op en ga naar huis". Zolang de landloper op zijn stoel was, had hij het gevoel alsof hij met doornen werd geprikt. Pas toen de pater hem een hand gaf, kon hij opstaan. De vrijmetselaar heeft daarna niet veel geluk meer gehad. Zijn familie is helemaal uitgestorven.
De pater sprak tot de landloper: "Sta op en ga naar huis". Zolang de landloper op zijn stoel was, had hij het gevoel alsof hij met doornen werd geprikt. Pas toen de pater hem een hand gaf, kon hij opstaan. De vrijmetselaar heeft daarna niet veel geluk meer gehad. Zijn familie is helemaal uitgestorven.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
brabants (zuid-west)
76L
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Pepingen   
Plaats van Handelen
Heikruis   

