Hoofdtekst
Nen dutsken skoaper mocht ne keer geen beuter hèn van de boerinne. Je was dul en je dei den hoend in de keerne stille voalen. In plekke van beuter was ’t ollemolle gerzelinge (grasling, graspijl) in de keerne.
Beschrijving
Een Duitse schaper die van de boerin geen boter mocht karnen, deed uit wraak de hond in de melk vallen. In plaats van karnemelk, zaten er allemaal grassprietjes in het vat.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tielt en izegem)
367
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Izegem   
