Hoofdtekst
Op het gehucht "De Linde”, in welk jaar dat dat gebeurde kan ik niet meer zeggen. Dat waren twee schone huizen in steen en die huizen waren gescheiden door een gang. Nu, er was daar een grote brand. Doordat de wind insloeg gingen die huizen en misschien de hele Lindenhoek afbranden. De pompiers bestonden toen nog niet en ze moesten emmers water halen. Ze deden beroep op de paster van Kemmel. Je kwam en je ging gaan staan in de gang tussen de twee gebouwen. Je deed gebeden en je zei: "Hetgeen dat brandt gaat voort branden en ’t geen dat niet brandt gaat niet branden”! En ’t was gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Toen in een huis op De Linde in Kemmel brand was uitgebroken, ging men snel de pastoor halen. De geestelijke begon te bidden en zei: "Wat al in brand staat, zal afbranden, maar wat nog niet brandt, zal gespaard blijven". Zo was het ook.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
22
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kemmel   
Plaats van Handelen
Kemmel   
De Linde (Kemmel)   
