Hoofdtekst
Dat was om elf uur 's avonds. Ik was maar van mijn huis af van hier tot aan Henckaers (+ 100 m) niet verder van het huis maar ik moest door een bos gaan, wor. Daar liep zo'n wegske van die breedte (gebaar) tussen de bos door en dat moest ik nagaan en ik had een strooien hoed op. Maar die waait mij af, die waaide het hout in. Ik ga om mijn hoed te gaan halen en ik wil terugkomen en ik vind mijn weg niet meer. Ik dacht: maar wat is dan dat? En ik terug, en nog en ik martelde door dat hout, door dat hout en op 't laatste stond ik op een dreef en ik bekende mij niks niet meer. Ik dacht in mijn eigen: waar zit ik dan nu? Ik ga die dreef af. Ik dacht: maar hier kan het toch niet zijn. Ik terug vanwaar ik gekomen was. Dan pakte ik daar een andere weg in die bos. Daar sta ik op een grote straat rond te kijken. Ik dacht: waar ben ik nu? Gans verdwaald. Dat is de dolende man, heet dat, wor. Maar mijn hoed, die had ik. Ik sta op straat rond te kijken. Ik dacht: dat is mij hetzelfde waar ik uitkom, ik ga de straat na. Sta ik mij daar onder op de Bouquetstraat en daar bekende ik mij. Toen wist ik waar ik thuis was. Maar toen was ik zeker twintig minuten van thuis af en ik was al thuis geweest. En toen thuis. Ik moest kloppen. Het was al heel klaar, de dag kwam op. Daar had ik de hele nacht in die bos rondgelopen, door dat hout geklauwd. Dat is de dolende man heet dat wor.
Onderwerp
SINSAG 0667 - Zauberer führt irre.   
Beschrijving
Een man wandelde om elf uur 's avonds door het bos naar huis. Nadat de man zijn weggevlogen hoed had opgeraapt, kon hij zich plots niet meer oriënteren. Hoewel de man slechts honderd meter van zijn huis verwijderd was, raakte hij verdwaald. De 'dolende man' had daarvoor gezorgd.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.2 Tovenaars
midden-limburgs
f
memoraat
Naam Overig in Tekst
dolende man   
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
