Hoofdtekst
Spokerij.De vader van de Smid, Martens, dien heet doar ook veel van afgezien van da gespook. Da begost ’s nachts allemoal te rammelen, zoë ketens en hij hee zijn huis late betonneren van binnen en hij ging dervan kapot, hij kost niemiër slapen. En op den duur is hij in ’t prieeltje van De Kleene gaan slapen, da staat daar nog in de bossen.
Beschrijving
De vader van de smid hoorde ’s nachts altijd kettingen in zijn huis rammelen. Uiteindelijk is de man in een prieeltje in de bossen gaan slapen, omdat hij in zijn huis geen oog meer dichtdeed.
Bron
H. Verherstraeten, Leuven, 1970
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (noordelijk waasland)
159
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwkerken   
