Hoofdtekst
Moedre ging in den tijd mee vodden en vis rond en ’t was op nen avond dat haar broere berecht was op den Tesselhoek. Moedre was nog niet thuis en Manten zegt tegen de kleine: "Ge moogt het moedre niet zeggen zè." En ‘t snavonds kwam moedre thuis en de kleine zegt: "Moedre, ‘k wete wa maar ‘k mag het u niet zeggen van vadre." En moedre gonk (ging) naar Manten en vroeg hem wat dat er scheeldige (haperde). Ewel, u broere is berecht. Moedre laat alles vallen en ze loopt naar haar broere zo zere of dasse koste (kon) door de bossen. Ze springt over de beke en osse (als ze) haren voet verzettige zat er een laaiken (vlam) op hare voet, en osse (als ze) den andren daarbij zettige ook. En op ’t einde hoordige ze da spook roepen: "Oe oe oe oe…" Dat was ’t spook van den hogen Brand. En ’t en d’er naar da spook geschoten maar ze kosten het nooit passen. En ’t was altijd van oe oe oe...
Beschrijving
Een vrouw die vodden en vis verkocht, was op een avond nog aan het werk, waardoor ze niet wist dat haar broer op de Tesselhoek net de Laatste Sacramenten had ontvangen. Toen de vrouw thuiskwam, sprak haar kind: "Moeder, ik weet iets, maar ik mag het niet zeggen van vader". Na lang aandringen vernam de vrouw van haar man wat er aan de hand was. Daarop liet de vrouw onmiddellijk alles vallen en liep door de bossen naar het huis van haar broer. Onderweg zag de vrouw een vlammetje op haar voet zitten nadat ze over de beek was gesprongen. Dat was het spook van de hoge Brand dat riep: "Oe... Oe...Oe..." Veel mensen hadden geprobeerd naar het spook te schieten, maar ze waren er nooit in geslaagd het te raken.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
36
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
spook van de Hoge Brand   
Laatste Sacramenten   
Hoge Brand (spook van de)   
Naam Locatie in Tekst
Maldegem   
Plaats van Handelen
Tesselhoek (Maldegem)   
