Hoofdtekst
Beschrijving
Een jongen werkte als koewachter op een boerderij. De boer kreeg daar altijd bezoek van twee mannen met wie hij in een aparte kamer ging zitten praten. De koewachter wilde het fijne ervan weten en besloot de drie een keer af te luisteren langs een gat op de zolder. Toen de jongen op de zolder kwam, zag hij daar een grote zwarte hond op het gat liggen. Dat was de weerwolf. De knecht heeft de boerderij daarna onmiddellijk verlaten.
Bron
G. Degeest, Leuven, 1960
Commentaar
1.6 Weerwolven
brabants (hageland)
186
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Neerlinter   
