Hoofdtekst
’t Was ne zekeren Tiest. Hij had zijn ziel aan den duivel verkocht. Daarmee heette hij “Tiestje den Duvel”. Hij werkte hij daar op ’t hof van Van den Bossche. Hij moest gaan mest breên. Hij ging hij nog veel op café, en ’s anderendaags viel hij dan diksels op ’t veld in slaap, en ’t werk bleef staan. Rondom den 11 ½ ontwekte hij. Jef passeerde daar: “Ah, Tiest, uwen boer zal aardig kijken, ’t achternoenene”, zei ’t ie. “Ah ’t is niets”, zei ’t ie Tiest. Hij pakte ne riek en steekt hem in ne mesthoop. “Ik de mijnen en elk de zijnen”, zei’t ie. De partie was met ene keer gedaan. De familie heet nu nog “Van de duvelkens”.
Onderwerp
SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   
Beschrijving
Een man die zijn ziel aan de duivel had verkocht, werkte op een boerderij. Omdat de man vaak op café ging, gebeurde het niet zelden dat hij op het veld in slaap viel. Wanneer hij wakker werd, stak hij zijn mestvork in een mesthoop en zei: “Ik de mijne en elk de zijne”. Even later was het hele veld bemest.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
529
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederbrakel   
