Hoofdtekst
Ze jaagden olsan bachten Tailleu’s hof naar de Rape toe, en up ne keer zagen ze daar een klein wit hondje rond nen tronk, en ze zagen nooit waar dat dat hondje uitkwam, ol dasse zagen wos een klein hol, maar ’t slechtste wos, ze kosten geen enen haze meer schieten, totdat ze up ne keer ne pot met geld gevonden hèn, en van ton voort wos dat hondje weg en kosten ze were jagen. Da wos ollemole gestolen geld of van een verduusteringe of van ne moord, maar van ’t moment dasse ’t Sint-Jans-evangelie gelezen hèn achter de messe, hèt kwaad geen macht meer. Paster Titeca hèd dat olsan gezeid.
Onderwerp
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   
Beschrijving
Op een boomstronk zag men altijd een klein hondje zitten. Men wist niet waar het hondje vandaan kwam, want er was enkel een klein hol te zien. In de buurt van die boomstronk kon men bovendien geen enkele haas meer neerschieten. Op een dag vond men er een pot met geld. Dat was wellicht geld dat gestolen of verduisterd was.
Na die dag zag men het hondje niet meer en konden de jagers weer probleemloos hazen vangen.
Sinds men na de mis het Sint-Jansevangelie leest, heeft het kwaad geen macht meer.
Na die dag zag men het hondje niet meer en konden de jagers weer probleemloos hazen vangen.
Sinds men na de mis het Sint-Jansevangelie leest, heeft het kwaad geen macht meer.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
108
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sint-Jansevangelie   
Naam Locatie in Tekst
Zandvoorde   
