Hoofdtekst
Dat er een kind betoverd ware hek ook nog geweten. Een vrouwe trok mee haar kind naar de paters van Steenbrugge. Zo de pater leesdige d’erover en hij zei: "Ge gaat naar huis gaan en de hekse gaat in haar deuregat staan lachen." En verdomme osse (als ze) naar huis kwam stond da vrouwmens in heur deurgat en lachen en doen, jong. Zo z’had zij da kind betoverd hé.
Beschrijving
Een vrouw wiens kind betoverd was, ging te rade bij de paters van Steenbrugge. Nadat de paters het kind hadden overlezen, zeiden ze: "Wanneer je naar huis gaat, zal je de heks bij haar deur zien staan lachen". Het voorspelde kwam uit.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
440
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Steenbrugge (paters van)   
paters van Steenbrugge   
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
Plaats van Handelen
Steenbrugge   
