Hoofdtekst
Wete wat da’k tegengekomen heb. Ok (als ik) toe Lootens werktige en waar dat… dingens woondige … zat er een witte katte aan de kant van de grein (grintweg). ‘k Ga d’er naartoe en ‘k schiptige (schopte) ernaar. ‘k Ha ze niet en ze liep weg. En ‘k ga verder en ‘k peize op die katte haast niet meer en gedomme ’t zit er ene op da schof (schuif). Ze loopt voort den ene keer op de rechtse kant, den andre keer op de linkse kant. En eer da’k aan Lootens ware liep ze were voor mij op de rechte kant van de grein en een ende voder (verder) were links. En ‘k verteldige dat d’erachter aan Sies De Mey en zegt hij: "Oje (als ge) dat nog tegen komt, laat da gerust."
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
SINSAG 0331 - Spuktier kann nicht getroffen (gefangen) werden
  
Beschrijving
Een man schopte naar een witte kat die langs de kant van de kiezelweg zat. De man miste en de kat liep weg. Wat verderop verscheen de kat opnieuw, maar deze keer aan de andere kant van de weg. Zo ging het de hele tijd door tot de man thuis was.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
170
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sijsele   
