Hoofdtekst
Mijn moeder had loof (= rapen) gehad van iemand. En ze zaaide dat loof en ze kwam ziek en ze moeste in bedde.En Stientje Bouckaert kwam en hij zei: "Ge moet dat loofzaad in brande steken, en als ge het niet doet, ge gaat nooit genezen zijn."En ze ging doodziek dat zaad in brande gaan steken. En als ’t opgebrand was, was ze heel genezen!Ach ja, ze had zij zaad gekregen van iemand die niet deugde zeker…
Beschrijving
Een vrouw had van iemand raapzaad gekregen. Nadat de vrouw rapen had gezaaid, werd ze ziek. Een genezer raadde haar aan het raapzaad in brand te steken; anders zou ze namelijk nooit meer genezen. De vrouw voelde zich doodziek toen ze het zaad ging verbranden. Zodra alles was opgebrand, was ze echter genezen. De vrouw had zaad gekregen van een persoon die zich met het kwaad bezighield.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tussen schelde en leie)
412
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Waregem   
