Hoofdtekst
Maar w'han daar altijd zo diene keer niet ver van bij ons… we plaagden haar altijd. Maar alleen durfden we niet. Met drie, vier man, we durfden. En op ne zekere keer, kregen we nen emmer water, ze stond te wachten, ze stond - nen emmer water op onze kop.We liepen - ze hoorde dat dan wat dat we bezig waren en deze: durve gi de deure open doen en durve gi deur want dat was met een belle die zo hoge hangt hee, ne koperen belle. En dat dei tingelinge weggewere en dat ging luid hee. En dan hoorde ze dan dat we daar waren, ze stond met een emmer water, een emmer water op onze kop. En ze riep achter ons, maar 'k kan niet meer zeggen wat dat waren. Vele van toverheksen weet ekik anders niets.Nele:Heb je nog gehoord van de "oude man"?'k Heb vroeger op 't internaat geweest, dat weet ik niet meer. Dat èk nog ghoord, ma vaag omda'k te jong was hee. 'k Begreep er niet vele van. 'k Vroeg er ook niet naar. Jèt den oude man zeien ze. Ma wat dat dat juist was, ewaja, iemand die beefde zo bijvoorbeeld, nu zouden ze Parkinson zeggen, bijvoorbeeld, 'k heb 't zelf hee. Parkinson, en die beven en schudden en oude man, we wisten wij niet wat dat dat was.
Beschrijving
Vroeger gingen de schoolkinderen vaak voor de grap aanbellen bij een vrouwtje over wie men vertelde dat ze een heks was. Op een dag goot de vrouw de kinderen van op de bovenverdieping een emmer water over het hoofd.
Bron
N. Goderis, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (torhout en omstreken)
1m
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Torhout   
