Hoofdtekst
Binsten diezelfde weke hoorde ‘k ik toene van dat boertje die e peerd geleverd hadde. ’t Poestertje wos mee. Die gasten èn dat ofgeloerd en zijn geld ofgepakt. Z’an e pinte gedroenken in die herberge. ’s Navonds o dat wuuf die poester zond om te kijken otten dor nog wos zei de bazinne: " Enn’ed hier een pinte gedroenken enn’is toen voortgegon." ’s Nuchtens, o z’overol zochten èn z’hem toen gevoenden in ulder wol (wal) zoender geld of etwot. Die bandieten an hem vaneigen in de wol gesmeten en zijn geld gepakt.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een boer die een paard had verkocht, ging in een herberg een glas bier drinken. Omdat de man 's avonds nog niet terug was, zond de boerin de paardenknecht op weg om de boer te zoeken. In de herberg vernam de knecht dat de boer daar was geweest, maar dat hij al een tijdje geleden vertrokken was. De volgende ochtend vond men de boer in de wal naast de boerderij. Men had hem beroofd van het geld dat de verkoop van het paard had opgeleverd.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
23C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langemark   
