Hoofdtekst
Ik heb ne kiër de klokputakker omgegraven, en ik vond daar een handvat precies gelijk as van een kerk, die mannen van ’t museum van Sint-Niklaas hebben da ten meegenomen. Da zou ten van die kerk die d’r vroeger gestaan had geweest zijn, de klokken daarvan zijn in de grond gezonken. Vroeger vertelden ze daarvan dat d’r een kerk in den akker verzonken was en de klokken zullen ten waarschijnlijk mee gezonken zijn. En alle honderd jaar zoun die klokken luin, maar ‘k weet nie of dat al iemand gehuërd heeft.
Onderwerp
SINSAG 0980 - Der Glockenpfuhl.   
Beschrijving
Een man die de klokputakker had omgegraven, vond daar een handvat uit een kerk. De mensen van het museum van Sint-Niklaas namen het voorwerp mee. Het voorwerp zou hebben toebehoord aan de kerk die op die plaats verzonken zou zijn. Men vertelde dat men de klokken van die kerk iedere honderd jaar kon horen luiden.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
267b
memoraat
ook gepubliceerd in Oost-Vlaamse Zanten, XXXII, nr. 1, p. 35
A. Siret, Het Land van Waas, p. 32
A. Siret, Het Land van Waas, p. 32
Naam Locatie in Tekst
Belsele   
