Hoofdtekst
In de Jekerstraat op de brug was ook iet. Op de kerektrappen - we kwamen uit het lof 's avonds - zei iemand: 'O, doa staat het schoon pjaad (= paard) weer op de brug!' Het was e schoon zwa(r)t pjaad met le(d)er en koperen tratse (= spijkers), allez heel schoon getuig! Wij wilden t' rop gaan zitten. - 'zou doa ene doren (= durven) op zitten gaan?' vroeg toen ene - 'Voorwa nie?' Mè zo gauw aster (= als hij) t' rop zat gingter de loch in. 'Laat oech (= U) vallen, laat oech vallen!' riepen d'ander gauw. Toen liet er hem vallen. God weet boter (= waar hij) anders heen was!
Onderwerp
SINSAG 0352 - Ritt auf dem Spukpferd.
  
Beschrijving
Toen de mis gedaan was, stond op de brug in de Jekerstraat een mooi zwart paard. Zodra iemand op de rug van het dier was geklommen, vloog het paard de lucht in. De omstaanders gaven de man de raad om zich te laten vallen. Gelukkig deed de man dat, want waar zou hij anders misschien zijn aanbeland!
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
358
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sluizen   
Plaats van Handelen
Jekerstraat   
