Hoofdtekst
Beschrijving
Omstreeks 1750 reed de heer van Raatshoven met zijn paardenkoets in de Donderkuil in Ezemaal. De koets en de paarden verdwenen in de grond. De put was namelijk gevuld met drijfzand. Als men er een steen in gooide, dan zag men die niet meer terug. Bij de Donderkuil zijn ooit ook twee of drie moorden gebeurd. Omstreeks 1918 zou men naast de Donderkuil een lijk in een zak hebben gevonden.
Bron
D. Lecock, Leuven, 1974
Commentaar
4. Historische sagen
brabants (haspengouw)
26A
Omstreeks 1750
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ezemaal   
Plaats van Handelen
Raatshoven   
Ezemaal   
Donderkuil (Ezemaal)   

