Hoofdtekst
In 'Brokkesteeg' woonde ene schrijnwereker en die was gestoreven. Op ene moregend gaat zij(n) moeder den atelier in en ze ziet hem aan de schaa(f)bank. - 'Wat komt zje hier terug doen?' vroeg ze hem. - 'Ich heb ene beversgang (= bedevaartgang) op mich, gaat noa Scherepenheuvel' zeiter. - 'Ja, morege vroeg om vijf uren zullen we voertgaan' zei zijn moeder. Toen zeiter 's moreges: 'Gaat maar voorop zjiè (= gij) anders zoudt zje mich moeten dragen van hè tot doa (= van hier totb daar).' Doanoa was het gedaan, hij is nooit mee terug(ge)komen.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
De moeder van de pas gestorven schrijnwerker uit de Brokkesteeg, schrok zich een ongeluk toen ze haar overleden zoon 's ochtends aan de schaafbank zag zitten. De moeder sprak: "Wat kom jij hier doen?", waarop het spook antwoordde: "Ik had beloofd om op bedevaart te gaan naar Scherpenheuvel. Nu moet jij in mijn plaats gaan." De volgende ochtend vertrok de moeder om vijf uur naar Scherpenheuvel. Het spook dat haar vergezelde, zei: "Ga jij maar voorop, want anders zal je me de hele weg moeten dragen." Sindsdien heeft de moeder het spook nooit meer gezien.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
396
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lauw   
Plaats van Handelen
Brokkesteeg   
Scherpenheuvel   
