Hoofdtekst
Een bespookte viersprong.Da was op den Katteniëk, da’s daar een vierstrate maar er is giëne stiënweg, alliën maar eirde. En nuuit kost daar saves kommen, da ge zonder katten waart, ’t zat daar altijd vol katten, gruëte en kleine. Vandaar uëk de naam van die vierstrate.Hadde daar op da punt giën katten aan a vel, dan was er toch een stalkeirs, wa was nou die stalkeis? Ge ging da naartoe en stond da keske rechts, dan was dat iniëns weg, en ten stond da langs den andere kant.
Beschrijving
Op het kruispunt van de Katteneik zaten ’s avonds altijd veel katten. Als men er niet door katten werd benaderd, dan zag men stalkaarsen. Als men naar het kaarsje ging, stond het opeens aan de andere zijde van de weg.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
133
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sombeke   
Plaats van Handelen
Katteneik   
