Hoofdtekst
Variante. Mijn vader had ne keer zijn hand vol warten staan en Bouckaert kwam te onzen binnen. “O, maar, jongen toch,” zei hij “wat een lelijke hand hebt gij toch,” en hij pakte dat vast en hij wreef er ne keer over, en 's anderendaags 's nuchtings, als hij opstond waren al die warten weg.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man wiens hand vol wratten stond, kreeg bezoek van en tovenaar die een keer over de hand wreef. Toen de man de volgende ochtend opstond, waren al zijn wratten verdwenen.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
372
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nokere   
