Hoofdtekst
32 Ja, ze zeiden dinge was, in de ‘Boojem’, dat was zoals … Het Hobbelke woonde daar. Dat was de ma (= † Margriet Jans - Tilkin, Bodemstraat) van Nele en van Trijn van … Die hun pa (= † Jan Jans - Tilkin, Bodemstraat), die was slachter en die kwam dan van het ‘Pjùtje’ (= verlengde van de Bodemstraat) af van Zichen, hé, te voet. En dan heb ik ‘mèm’ (= haar moeder, † Maria Onclin - Kerkhofs, Bodemstraat) ook al horen vertellen dat die kwam met een weerwolf op z’n rug. En toen had die gezegd: "Als je nu me durft …" Hij had het nooit gezegd zolang als hij leefde, dat hij hem gekend had. Ja, dat durfden ze niet zeggen. Ja, maar d’r was veel bijgeloof! Ik zeg altijd, het was gemakkelijk spoken zonder licht.15 Het is dat, hé. En de ‘läöi’ ‘kalde’ (= praatten) ‘met een’ (= met elkaar), ze maakten d’een d’ander ’s avonds bang.32 Oh ja, dat is zeker.15 Als ze rond het haardvuur zaten of rond de Leuvense kachel, werd verteld. En als jonge, als jonge mens zal ik zeggen, had je rap bang, hé.
Onderwerp
SINSAG 0822 - Werwolf getroffen (geschlagen) nimmt wieder menschliche Gestalt an (und ist erlöst oder stirbt).   
Beschrijving
Een man die in het donker naar huis kwam, werd besprongen door een weerwolf. Toen de mannen met pinnen naar de weerwolf stak, nam de weerwolf zijn menselijke gedaante aan en bedreigde de man. De man heeft de weerwolf nooit durven te verraden.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (groot-riemst)
32E 449
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Val-Meer   
