Hoofdtekst
Op de berg do, woonde de scheel Jan. Die wollen ze ook hebben dat ze een heks woer (de mensen dachten dat het een heks was). En den ouwe Herme Wolters woer ook een heks voorbijgekomen en 't geweer goeng niet af en ze zegden (men zegde) dat alste get (iets) van een paaskaars op 't geweer zats (zette), dan had 't kwaad geen macht eraan en er deed dat en dow schoot er en 's anderendaags lag de scheel Jen in bed. En ze had een oog uitgeschoten. De scheel Jen heb ich goed gekend.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Herme W. had een stukje van een paaskaars op zijn geweer gelegd om naar een heksendier te kunnen schieten. De volgende dag lag schele Jen in bed. Ze was een oog kwijt.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
402
De informant heeft 'schele Jen' uit het verhaal persoonlijk gekend.
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Herme W.   
Jen (schele)   
schele Jen   
Naam Locatie in Tekst
Gellik   
