Hoofdtekst
Die toveregen, z’hadden oude rare boeken en ze lazen daarin, en bijbels. En ’t was daar ook een en z’hadde een kind die dood was en mijn meter ging mee met de schrijnwerker, om dat kin in de schrijne te doen en zij kroop daar rond op de vloer met dat kind in een slunse (vod) en z’hield het in heur mond. Ze zeien dat ze zij ook ossan benachte op gang was.
Beschrijving
Toveressen bezaten bijbels en oude boeken waarin ze lazen. Op een dag ging een vrouw samen met de schrijnwerker naar een moeder wiens kindje was gestorven. In dat huis kroop een heks rond met tussen haar tanden een doek waarin het overleden kindje lag.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
185
Meter van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stavele   
