Hoofdtekst
Toen zijn ik no de pastoor geweest he toen zijn ik do vanaf geraakt. Toen zijn ik 3 kere rond de kerk gegaan ma tegestrop he. ’t Zweet liep langs de pastoor zijne kop he en bij mij ook zanne want do was een kerkhof rond de kerk en da was grellig en as ik toen bij de pastoor binnekwam vroeg hem of ik dierf no huis gaan. Ik zei "as ik niks nemieje zien". De pastoor zei "ge meugt blijve slape zanne". Jo, en toen ik rond gink zoog ik van alles: duvels en engels en water he, want op ’t kerkhof zote ander hekse he en die wilde mij veur hun houwe he. Ik zijn nie op mijn knieë geweest zanne. Zoewe ma, allee kramutse he, alleen kramutse.
Beschrijving
Omdat Selm van zijn toverkracht verlost wilde worden, moest hij van de pastoor driemaal rond de kerk kruipen. Onderweg werd Selm gehinderd door engels, duivels en heksen die op het kerkhof zaten.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
569
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Selm   
Naam Locatie in Tekst
Meerhout   
