Hoofdtekst
I Waren deze verhalen voor iedereen geschikt, ook voor kinderen dan?11 Principieel ja, want in de meeste verhalen of sagen zat er wel altijd iets, we gaan zeggen, om de kinderen bang te maken.I Ja.11 Altijd. Zodus, omdat ze zouden, wel ja, we gaan zeggen, zwijgen, hé. Als ze bijvoorbeeld, ja, dat weet ik nog heel goed, als kind werd dat wel, welk kind is er nu een keer niet, euh, we gaan zeggen, die zich bezondigd aan, we gaan zeggen aan deugnieterij, zodus, en dan zeiden ze: "Ja, ‘k ga hem in ‘t kotje steken, want daar zit de fisjouw!" Zodus, [onverstaanbaar], niettegenstaande dat je niet eigenlijk wist wat dat een fisjouw was.I Ja.11 Hé? Maar voor een kind was dat een dier die, die ging waarschijnlijk je opeten, eh, of, of iets dergelijks, hé.I Jaja.11 Zodus, wat was je dan? Ge was stil, want als ge een ... aannam, en [ze je], we gaan zeggen, naar dat kotje daar al achter [= vanachter] gingen doen, had ge al tijd, hé. (lacht)
Beschrijving
Vroeger maakte men de kinderen bang met allerlei verhalen, zodat ze niet ongehoorzaam zouden zijn. Zo sprak men soms tot kinderen die ondeugend waren: "Ik zal je in het kotje steken, want daar zit de fisjouw!"
Bron
W. Bode, Leuven, 2001
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (blankenberge)
11M
fabulaat
Naam Overig in Tekst
fisjouw   
Naam Locatie in Tekst
Blankenberge   
