Hoofdtekst
Mij broer ging eens thuis en toen gingen twee grote zwatte hon(den) met hem met tot aan de deur. Hij was stijf van de schrik en dors(t) nie bougeren: aster (= als hij) ereges an(d)ers inging, dan blaften ze en alles, maar aster rech(t) door ging, dan deden ze niks. Mè ze zijn met hem gegaan tot bij hem thuis.
Beschrijving
Een man werd onderweg naar huis gevolgd door twee grote zwarte honden die begonnen te blaffen wanneer de man een andere weg probeerde te nemen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (tongeren en omstreken)
229
Broer van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   
