Hoofdtekst
In het deurp loepen do vreuger soms vreumde wezens rond. Ze koemen mer allein 's oavens out. Ze woaren heel groot: het was asof ze op krukken loepen. En ze droegen e lichske op hunne kop. Ze volgden de minsen altaid en versjrokken zich fel. Ze mokten veul lewèèt. Het gebeurde dek dat as zje oech umdreide dat doa niks mai te zien was. De minsen hoanen fel sjrik van dat gespook.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
's Avonds liepen in Rijkel vreemde wezens rond. Het waren heel grote spoken die een lichtje op hun hoofd hadden. Ze volgden de mensen en maakten veel lawaai.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
149
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rijkel   
Plaats van Handelen
Rijkel   
