Hoofdtekst
Hommel kruipt uit de mond van een slapende heks.Een ander mens ging altij op een ander zitten, maar om twaalf uren moest die altij weg. En op ne keer zat er ne vent bij heur en die bleef zitten. En ze laag te slapen en ineens vloog er iet uit heure mond: da was een hommel. En om een uur of drij, kwaam die hommel terug.
Beschrijving
Een vrouw ging vaak bij mensen op bezoek, maar moest om middernacht altijd weg. Op een dag zat er een man bij haar toen ze lag te slapen. Uit de mond van de vrouw vloog een hommel, die omstreeks drie uur terugkwam.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
149bis
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ekeren   
