Hoofdtekst
B: Van dinge, dat ze ziek was en dat er niemand durfde gaan.A: Oh, maar ja, maar dat staat in de boeken van Jef Maes daar. Van Sefa Bubbels, dat ze in dat bos woonde op de Reutelhoek en er durfde daar niemand naar toe gaan.B: Ja, ze had de ziekte.A: En almeteenkeer, ze lag dood, maar dat is, ja dat is van de jaren 1600 wê. Dat is van lezen in die boeken van Jozef Maes. En hier de kasteelheer die hier woonde aan dinges, aan, waar dat Poorter (Zonnebeekestraat) daar woont hé. Er stond daar een kasteel né, de markies. En hij zond zijn koetsier met paarden en wagen gaan kijken naar Sefa. En Sefa lag dood in haar hut ginder né. Ge moet niet zeggen een huis, een hut in ’t bos.B: Op de Reutel né.A: Ja. En de mensen durfden niet naderen né. Dat dat zo stijf scheelde né, dat de mensen. Maar ja dat is al, dat is eeuwen en eeuwen geleden. ’t Was precies geen zo erg meer als ik naar school ging. ’t Was algelijk geen zo erg meer.B: Neen, maar ze hebben ’t toch nog al verteld né.A: Bah ja. Als je daar die boeken leest van Jef Maes, ja dat is…B: En de kasteelheer heeft toen z’n domestiek gezonden zeker voor haar te begraven.A: Ze hebben ze toen naar de kerk gedaan… Weet je dat er toen hier tweehonderd in de veertig aan de dis waren. En als er brooddeling was, dat de mensen in reke stonden aan de kerk achter een broodje. Was dat een tijd!!!...
Beschrijving
In een bos woonde een zieke vrouw bij wie niemand op bezoek durfde te gaan.Toen de kasteelheer op een dag zijn koetsier naar de vrouw zond, bleek de vrouw dood in haar hut te liggen.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
2
Omstreeks 1600
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
