Hoofdtekst
Ne koeiemarchant op Lamont ging naar huis. Onder de baan komt hij een schone witte dame tegen. “Ge zijt gij toch een schoon meiske”, zei’t ie. Ze lachte en knikte van ja en zei niets. “Zoudt gij niet met mij gaan slapen?” zei ’t ie. Ze lachte weer en knikte van ja maar zei niets. Maar onder de baan (onderweg) kreeg hij benauwd en hij beloofde aan O.L.Vrouw een kapelleke als ze achter bleef. Als ze aan de zulle (drempel) kwamen, bleef ze staan, maar ze kon niet binnen.
Onderwerp
SINSAG 0310A   
Beschrijving
Een veehandelaar uit Lamont kwam op zijn weg naar huis een mooie witte dame tegen en zei: “Jij bent toch een mooi meisje”. De dame knikte, maar zei niets. Vervolgens sprak de man: “Zou jij niet gaan slapen?”, waarop de dame opnieuw zwijgend knikte. Toen de man vaststelde dat de dame hem bleef volgen, werd hij bang en beloofde een kapelletje voor Onze Lieve Vrouw te zullen bouwen. De man ging zijn huis binnen, maar de dame moest buiten blijven staan, aangezien ze niet over de drempel geraakte.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
8
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Onze Lieve Vrouw   
Naam Locatie in Tekst
Zulzeke   
Plaats van Handelen
Lamont   
