Hoofdtekst
Ene van Rutten ging 's avonds de bemmen (= beemden) in palen halen. Opeens kwam doa ene grote hond 'grr, grr!...' deed er en he he(ef)t hem den helen tijd gevolg(d). Hij doos (= durfde) niks zeggen, maar aan 't kapelleke, aan de kruisbaan, doa kooster (= kon hij) nie door. Toen waster (= was hij) van hem af.
Onderwerp
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
Beschrijving
Een man die 's avonds in de beemden takken ging halen, werd gevolgd door een grote grommende hond. Toen de man voorbij het kapelletje aan het kruispunt kwam, kon de hond niet verder.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
R32
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
