Hoofdtekst
Nonkel Ber vond aan dien Notelaar bij Van Thuynens een schoon meske. Hij raaptige’t op en stak het in zijne zak. Ot nen tijd d’erachter was ging nonkel Ber naar Lembeke en was daar aan ’t werk. En hij was daar op logement. Nonkel Ber sneed zijn stutten (boterhammen) mee da mes, da vlees hé en da wijf dat daar ware zegt alzo: "Gij hebt mijn mes." "Ja?" zegt nonkel Ber. "Ewel,"zegt da wijf, "wete waar dat ik da verloren hé? In Knesselare onder dienen Notelare ok (als ik daar ware mee den hellewagen…" Zij had zij daar ook in gezeten hé.
Beschrijving
Een man vond bij een notelaar een mooi mesje en besloot het voorwerp mee te nemen. Toen de man een tijdje later bij een boer in Lembeke werkte, gebruikte hij het mesje om zijn boterhammen te snijden. Daarop zei de boerin plots: "Dat mes is van mij. Weet je waar ik dat ben kwijtgeraakt? Onder een notelaar in Knesselare toen ik daar met de hellewagen voorbijkwam".
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
366
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
Plaats van Handelen
Lembeke   
Knesselare   
