Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TBERG0071_0071_21906

Een sage (mondeling), maandag 14 oktober 2002

Hoofdtekst

19H Nee, nu hoor ik hier in de Gijmel niks meer. Maar je mag die namen niet noemen. Want ik weet goed genoeg hoe dat die vent heet, die zich kon veranderen in een hond. En in Rillaar moet ook zo ene gezeten hebben die zich kon veranderen.y2 Ook in een hond?19H Ook in een hond. Want mijn vriendin Stefke, die kende iemand, allé, die had kennis met een jongen, en die verkeerde daar mee. En op een keer zei die tegen dat maske (meisje): "Nu moet ik eens naar huis gaan." "Ik kom terug," zei hij, "maar nu moet ik eerst naar huis gaan." Dat meende (betekende) dat die ook zo iets moest doen. En die kwam terug en nu had die iets tussen zijn tanden steken. Een zakdoek stak tussen die zijn tanden en die (Stefke) kreeg dat in het oog. En die heeft direct gezegd: "Jongentje, jij moet bij mij niet meer komen." En dat is ook ene, als dat opkomt moeten ze dat kunnen doen. Maar Stef heeft mij dat verteld.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

Beschrijving

Een meisje had een relatie met een jongen uit Rillaar. Op zekere dag sprak de jongen tot het meisje: "Nu moet ik even naar huis gaan. Ik kom straks terug, maar nu moet ik eerst naar huis". Toen de jongen terugkwam, had hij vezels van een zakdoek tussen zijn tanden. Het meisje zat dat onmiddellijk en wilde de jongen nooit meer zien. Die jongen kon zichzelf in een hond veranderen.

Bron

T. Bergen, Leuven, 2003

Commentaar

1.6 Weerwolven
vlaams-brabants (groot-aarschot)
19H
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Langdorp    Langdorp   

Plaats van Handelen

Rillaar    Rillaar