Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WVANH0245_0248_46246

Een sage (mondeling), 1963

Hoofdtekst

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Op een boerderij die door de kwade hand was geraakt, had men veel ongeluk. Toen de dochter terugkwam van een nabijgelegen hoeve, ging ze onderweg op de grond liggen en trok gras uit. Een andere dag vond men haar met haar hoofd in een kuip water, waardoor ze bijna was verdronken. In de stal werden de koeien allemaal graatmager, hoewel ze veel eten kregen. Op een dag viel er een koe dood nadat het dier was gemolken. De varkens werden niet vet. Op een dag werd de boerin door haar schoonzus toegesproken met de woorden: “Geef je dochter eens een gewijde kaars. Ze zal die niet aanvaarden”. Zo was het ook, want de dochter riep: “Ik mag niet, ik mag niet!” Een ongewijde kaars daarentegen, aanvaardde ze onmiddellijk. Men legde een boek van de Heilige-Gerardus onder het hoofd van de dochter, maar het meisje draaide haar hoofd altijd van het boek weg. De dochter trok de lakens in stukken en rukte de haren uit haar hoofd. De schoonbroer van de boerin ging naar de paters van de Kluis. Toen de man met zijn fiets voorbij het huis van de boosdoener reed, werkte zijn lamp plots niet meer. Een pater werd met de auto van Lier naar Putte gebracht. De pater kwam binnen en zag dat het meisje altijd naar een hoek van het plafond keek en even later zo stijf werd als een plank. De pater gaf het meisje een hand, waarna ze zich onmiddellijk normaal gedroeg. De pater zei: “Ik zal morgenochtend terugkomen, want ik moet dat nuchter doen”. De pater heeft dan alles gewijd en de mensen kregen een medaille. Daarna kwam er stilaan verbetering in de situatie, maar die pater is op jonge leeftijd gestorven. De pater had het meisje gevraagd of iemand haar had aangeraakt. Na een tijdje herinnerde het meisje zich dat een boerenknecht die op de boerderij inwoonde, haar een keer een schouderklopje had gegeven. Zonder dat de mensen dat hadden gezegd, zei de pater wie voor het kwaad verantwoordelijk was. De mensen vertelden dat niet voort. Het meisje genas en trouwde. Twee jaar later zag ze op de kermis de knecht die haar het kwaad had aangedaan. Hij vroeg: “Ga je niet mee in het café een fles wijn drinken?” Het meisje ging mee en raakte opnieuw betoverd. Men ging meteen naar de paters, maar die zeiden dat ze de volgende ochtend pas zouden komen. Omdat het meisje op sterven lag, wendde men zich dan maar tot de pastoor. De geestelijke maakte het kwaad ongedaan en het meisje genas voorgoed.

Bron

W. Van Hoof, Leuven, 1963

Commentaar

2.2 Tovenaars
antwerps (heist-op-den-berg en omgeving)
248
memoraat

Naam Overig in Tekst

Heilige Gerardus
Gerardus (Heilige)

Kluis (paters van de) (Lier)    Kluis (paters van de) (Lier)   

paters van de Kluis (Lier)    paters van de Kluis (Lier)   

Naam Locatie in Tekst

Putte    Putte