Hoofdtekst
‘k Hadde ik een keer een perel aan mijn oge en ze zeien: je moet gaan naar X, hij kant dat aflezen. Nu, ‘k gingen ik naar X, en hij las daar een gebed en hij blies in mijn oge. Zegt’n: “’k Peizen dat ik verkeerd geblazen hebben, ’t gaat misschien op d’ander oge zijn” en ’t was alzo, als ’t gedaan was op d’ene ’t begoste op d’ander, en ‘k zijn toen nog een keer geweest en hij zei: “Van deze keer gaan ‘k djuste blazen, en me mosten wieder nog negen dagen lezen, en achter negen dagen ’t was gedaan. En m’hadden van te voren al naar den dokteur geweest en hij zei dat ’n niet wiste wuk dat’t was.
Beschrijving
Een man die een parel op zijn oog had, ging zich laten overlezen door een gebedsgenezer, aangezien de dokter geen raad wist. Nadat de gebedsgenezer op het oog had geblazen, zei hij: "Zou je nu geloven dat ik in de verkeerde richting geblazen heb!" Inderdaad, een tijdje later ging de kwaal over op het andere oog. Nadat de man zich voor de tweede keer had laten overlezen en daarna negen dagen had gebeden, was hij van zijn kwaal verlost.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
424
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Watou   
