Hoofdtekst
I -En hebt ge nog gehoord van mensen die met een beestenvel op hun gingen spoken of zo?15 -Nee, dat heb ik hier nog niet gehoord.I -Wanneer denkt ge dat de spoken eigenlijk, wanneer is het spookuur of zo? (Bij nader inzien is dit een erg domme vraag.)15 -Ja, wanneer zou dat hier spoken, dat weet ik niet hé. Ge hebt er veel die dromen als ze te laat eten hé, dan dromen ze het meest hé en als ze op hun rug liggen te slapen hé dan zijn er veel die zo liggen te dromen hé.I -En het is dan dat ze soms dat gevoel hebben dat ze versmoord worden zo?15 -Ja, ja. Dat hoor ik ze (hoor), maar ik ben geen dromer.I -En zeggen ze niet zo vroeger zeiden ze dat dat de maar was die u kwam versmoren en dat ge daar dingen moest voor doen zo?15 -Ah, gaan beevaarden? Nee, dat weet ik niet.I -Ik weet niet sommige mensen zeiden dat ge uw pantoffels kruiselings onder uw bed moest zetten ...15 F -Ah ja, als ze gelijk ziek werden, ge hebt de ene ziekte op de andere die zeiden : “Hoe zet gij uw pantoffels?” – “Zo.” – “Ge moet uw pantoffels zo zetten, het kwaad kan er dan niet in.” ziet ge het?I -En hoe moesten ze staan dan?15 -Zo. Zie, dat is uw bed hé en veel die komen er zo uit hé, ze kruipen in uw bed, ge moet ze zo zetten, zeiden ze, overrechts, dat ze er niet kunnen inkruipen. I -Ah ja, en waren er nog zo dingen die ze moesten doen?
Beschrijving
Als men ziek was, moest men zijn pantoffels omgekeerd naast zijn bed zetten, zodat het kwaad er niet in kon.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
15F
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zottegem   
