Hoofdtekst
’t Er kwaam ’n toveresse ip ’n hof mo ze wilden ze binnen laten komme, want z’aan dor ’n kleen kiendje en ze wisten dat da wuuf kost toveren. Mo die toveresse lei do twee eiers en ze goengk voort; mo z’had do die eiers geleid omdat de boerinne ze zoe no binnen dragen en azo giengk ze binnen geraken. Mo den boer sloeg die eiers kapot en ’s anderendaags hoorden ze zeggen dat die toveresse dood lag.
Beschrijving
Op een boerderij kwam een tovenares langs, die niet binnen mocht omdat er een klein kindje in huis was. De tovenares legde twee eieren bij het huis in de hoop dat men de eieren naar binnen zou dragen. Op die manier zou de tovenares macht krijgen over het huis. De boer wist echter beter en sloeg de eieren stuk. De volgende dag vernam men dat de tovenares dood was.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (n van brugge)
449
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meetkerke   
