Hoofdtekst
In de Sponde werd er nog veel gespookt. Vaarke Verplanken kwam opwaarts. In de kant van het bos zat er een kat. Ze kwam in zijn benen lopen. “Vaarke van waar komt gij?” vroeg ze. “Schone bonte miene, waarom straalt ge mij?” Hij gaat voort. Hij komt een schone bonte koe tegen. Hij wil ze pakken en loopt er achter. Beneden stond er een hof. Die koe sprong met ne wip in diene stal en ze was verdwenen. ’t Woonde daar een tovermeetje in dat hoveke.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
SINSAG 0331 - Spuktier kann nicht getroffen (gefangen) werden
  
Beschrijving
In de Sponde spookte het erg. Een man zag daar een kat uit het bos komen en sprak tot het dier. Daarna ging de man voort. Hij kwam een bonte koe tegen. Toen hij het dier wilde vangen, sprong het in een stal en verdween. In een nabijgelegen hoeve woonde een toverheks.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
111
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nukerke   
Plaats van Handelen
Sponde   
