Hoofdtekst
Mijne petere, dat was ene Manen afkomstig uit Zutendaal. Er had in Opoeteren een strooien dak gelegd en er had altijd als er 's avonds naar huis gong een mes bij zich. En dus, onderweg tussen Opoeteren en Opglabbeek do overviel hem ene weerwolf. En die mens verdedigde zich. Volgens dat ze zeggen konnen ze (de weerwolven) zich niet bedekken bo (waar) de mens gedoopt is. Aste hem do kons (ge kunt) raken en doen bloeien (bloeden) is er ontslagen van die band. En die weerwolf sprong op mijne peter en het viel van hem af, maar er kende die mens niet en die (de weerwolf) was hem dankbaar daarvoor.
Onderwerp
SINSAG 0822 - Werwolf getroffen (geschlagen) nimmt wieder menschliche Gestalt an (und ist erlöst oder stirbt).   
Beschrijving
Toen Manen 's avonds van Opoeteren naar Opglabbeek ging, werd hij besprongen door een weerwolf. Toen de weerwolf door de man werd gesneden op de plaats waar hij was gedoopt, veranderde hij in een mens. De weerwolf was Manen heel dankbaar omdat hij verlost was.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (bilzen)
500
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Manen   
Naam Locatie in Tekst
Eigenbilzen   
Plaats van Handelen
Opglabbeek   
Opoeteren   
